Onze SA1 MK2 stereoversterker is echt van een ander kaliber. De pers was lovend over zijn ongelooflijke prestaties en hoge kwaliteit. De ontwikkeling van de originele SA1 kostte vier jaar, en nu hebben we hem nóg slimmer gemaakt. Elk circuit is meerdere keren herzien om zoveel mogelijk vermogen en geluidskwaliteit uit deze versterker te halen. Maar daar bleef het niet bij. Dezelfde state-of-the-art techniek zit ook in onze SA2 streamingversterker, die hoogwaardig geluid combineert met onovertroffen gebruiksgemak.
In deze blog duiken we dieper in wat onze versterkers onderscheidt van de rest. Daarvoor hebben we de hulp ingeroepen van Michael Kragelund, de ingenieur achter de SA1 MK2/SA2. Hij legt je uitgebreid uit welke keuzes er zijn gemaakt en hoe we uiteindelijk tot zulke hoogwaardige producten zijn gekomen.
Ambities door het dak
Het doel was een hoogwaardige versterker bouwen zonder de beperkingen die je normaal gesproken bij een instapversterker tegenkomt. Hij moest zelfs de lastigste luidsprekerbelastingen kunnen aansturen, met een dynamisch en gedetailleerd geluid.
Zoals je ziet, namen we bij de ontwikkeling van deze versterkers geen genoegen met ‘goed genoeg’. Door die hoge ambities moesten Michael en de rest van het team elk aspect van het ontwerp onder de loep nemen en innovatieve oplossingen bedenken voor problemen die typisch opduiken als je kwaliteit en een lage prijs wilt combineren.
Innovatieve D/A-converter
We wilden optimaal profiteren van de combinatie van digitaal en analoog. Dat betekende dat we niet zomaar een D/A-converter aan een traditioneel versterkerontwerp wilden toevoegen. Door het concept helemaal opnieuw te doordenken, hebben we de D/A-converter en de eindtrap samengebracht in één geheel. We moesten zelfs een aparte voorversterker ontwerpen, puur voor de pre-outsignalen, omdat die signalen in dit direct gekoppelde versterkerconcept niet beschikbaar zijn.
De SA1 MK2 en SA2 maken gebruik van de alom geprezen 32-bits ESS D/A-converterarchitectuur voor de beste prestaties. De eindtrap is gebaseerd op een chipontwerp. De voordelen daarvan zijn uitstekende prestaties en een hoge betrouwbaarheid. Meestal zijn de nadelen een ongelijkmatige frequentiekarakteristiek, die varieert met de luidsprekerbelasting, en vervormingswaarden die niet kunnen tippen aan die van duurdere discrete ontwerpen. In deze versterkers hebben we de voordelen van het chipconcept benut en zelf een uniek hogere-orde correctiecircuit ontworpen om die nadelen op te lossen. Je zou kunnen zeggen dat we de interne geluidscircuits van de chip omzeilen.
Het resultaat: de SA1 MK2 en SA2 overtreffen de gemeten prestaties van veel duurdere lineaire en klasse D-versterkers, maar dan met zeer weinig warmteontwikkeling en een compact ontwerp dat anders niet mogelijk zou zijn. Bovendien zorgt de directe koppeling van de D/A-trap naar de eindversterker voor een zeer dynamisch klinkende versterker met veel detail.

Voeding
Met de versterkertrappen op hun plek was het tijd om ons op de voeding te richten. De voeding wordt in audioapparatuur vaak over het hoofd gezien, terwijl die niet alleen cruciaal is voor het uitgangsvermogen, maar ook voor de ruis in het hele systeem.
De voeding is gebaseerd op een geavanceerd soft-switchingconcept. In tegenstelling tot traditionele hard-switchingconverters heeft die een hoger rendement en veel minder ruis. Dankzij dat hoge rendement en de lage ruis konden we de voeding ontwerpen met ruim voldoende reserve voor veeleisende luidsprekerbelastingen, zodat je luidsprekers moeiteloos ver boven het opgegeven uitgangsvermogen aanstuurt, zelfs bij zeer lage frequenties.
Phono-ingang & lage vervorming
Het laatste puzzelstukje was een phonotrap die de best mogelijke kwaliteit levert zodra je een platenspeler aansluit.
Voor de phono-ingang wilden we iets bijzonders doen, omdat we wisten dat die met hoogwaardige platenspelers gebruikt zou worden. We hebben een ontwerp gemaakt rond een audiofiele Burr-Brown operationele versterker en precisiecondensatoren voor de RIAA-correctie. Afgezien van het subsonische filter is de frequentiekarakteristiek van ingang tot luidsprekeraansluitingen vlak: slechts ±0,25 dB tot 40 kHz, met een extreem lage vervorming.












